GIS - Geografisch Informatiesysteem

Het artikel 1 van het Decreet over de natuurparken zegt : « Een natuurpark is een ruraal territorium met een hoge, biologische en geografische waarde, dat overeenkomstig dit decreet onderworpen is aan maatregelen om er het milieu van te beschermen in harmonie met de aspiraties van de bevolking en de economische en sociale ontwikkeling van het betrokken territorium ».

De bescherming en het beheer van de natuurlijke milieus vormen bijgevolg een belangrijk element van het natuurpark en tegelijkertijd moeten voor de bewoners een aangenaam levenskader en leefbare economische activiteiten worden behouden.

Om op een doeltreffende manier de natuurlijke rijkdommen en het levenskader te beschermen, moet je die vooral kennen, met andere woorden, je moet inventarissen opmaken. Een inventaris van de sites met een groot biologisch belang, maar ook een inventaris van het patrimonium, van de economische inkomstenbronnen,...

De hoeveelheid te bewaren en te verwerken gegevens is enorm. Enkel met moderne informaticamiddelen kan deze informatie worden opgeslagen op een duidelijke en definitieve manier en kan de diversiteit ervan worden beheerd.

Het Geografische Informatiesysteem (GIS in het Nederlands en het Engels, SIG in het Frans) is een ideaal hulpmiddel om dit soort van probleem op te lossen.


Wat is een GIS ?

Een GIS is dus een informaticahulpmiddel dat de mogelijkheid biedt verschillende types van gegevens, die men geografisch op een kaartdrager heeft geplaatst, te beheren (georeferentie).

Het is een geheel van gegevens die in de ruimte worden gelokaliseerd en gestructureerd zodat er op een gemakkelijke manier nuttige syntheses uit kunnen worden gehaald bij de besluitname.

Het GIS bevat een systeem met een gegevensbank voor het verzamelen, het opslaan, het onttrekken, het opvragen en het weergeven van gegevens met een georeferentie.


Waarom een GIS ?

De specifieke mogelijkheden van een GIS maken er een uniek werkinstrument van dat heel gevarieerde toepassingsmogelijkheden heeft.

De geografische informatiesystemen geven een cartografische en ruimtelijke dimensie aan de gegevens die met een project verbonden zijn. Zij maken de analyse, het begrip en de oplossing van problemen mogelijk.

Enkele toepassingsgebieden van het GIS : landbouw, ruimtelijke ordening, kadaster, bodembeheer, beheer van natuurlijke sites, van gemeenten,...


Hoe werkt dat ?

Een GIS slaat de informatie over een bepaald project op in de vorm van thematische lagen die met elkaar kunnen worden verbonden door hun geografische coördinaten.

Deze lagen kunnen boven elkaar worden geplaatst.

Er worden alfanumerieke gegevens die in gegevensbanken zijn gestructureerd met deze lagen in verband gebracht.

Er kunnen twee soorten van geografische modellen worden gebruikt : het rastermodel en het vectormodel.

De kaarten van het rastertype zijn uitsluitend opgebouwd uit objecten van het puntentype, die niet wijzigbaar en niet selecteerbaar (afbeeldingen) zijn in een klassieke GIS. Deze objecten zijn niet bedoeld om informatie, gegevens en symbolen van objecten te dragen, maar ze maken een erg nauwkeurige plaatsbepaling op het scherm mogelijk. Het zijn over het algemeen bestanden van het formaat bitmap, tif, jpg,…

De numerieke gegevensbanken van het vectortype zijn meestal afkomstig van digitalisering.

Ze bestaan uit geometrische objecten van het punten-, lineaire en oppervlaktetype, waaraan er gegevens kunnen worden gekoppeld.

De alfanumerieke gegevensbanken bevatten informatie die men verbindt met de objecten van de cartografische gegevensbanken van het vectortype.

Het natuurpark van de Hauts-Pays is uitgerust met een dergelijk instrument als hulp voor de besluitvorming.

Ecrivez-nous!