|
De landbouwzones domineren in ruime mate het landschap. Deze landbouwzones worden in drie categorieën geklasseerd :
- de grote cultuurzones van de plateaus of de valleitjes bieden maar weinig speciale elementen (op bepaalde punten of lineair) buiten de routes en de wegen. Met uitzondering van de bomen die geïsoleerd of in groepjes staan en de rijen wilgen of populieren zijn er bijna geen bossen. Meestal gaat het om een weinig gediversifieerde verzameling van grote of heel grote, bebouwde percelen (soms enkele weilanden). De belangrijkste verbouwde gewassen zijn granen, maïs, vlas, bieten en aardappelen. De percelen zijn soms van elkaar gescheiden door erg mooie, holle weggetjes, die worden afgebakend met hellingen begroeid met gras of bomen. Deze weggetjes zijn vooral aanwezig aan de oostelijke en de westelijke rand van het park. We moeten tevens opmerken dat het uitzicht van deze weggetjes nog zou kunnen worden verbeterd door minder vaak, en vooral ook later, te maaien;
- bepaalde zoners hebben een bosrijk karakter door het bestaan van opvallende elementen (bomen, groepjes of rijen bomen en lage en hoge heggen). Deze terreinen met hun gevarieerde afmetingen en densiteit worden vaak gebruikt als weiland voor vee (zelden om te maaien) of als overlapping tussen weilanden en gewassen. Deze zones zie je bijna overal rond de dorpen;
- enkele grotere, maar weinig diep ingegraven beken zijn afgeboord met bomenrijen (wilgen, populieren) min of meer doorlopende heggen, weilanden (beek van Angreau, een deel van Petite Honelle, de Barbet- en Wampe-beek).

|